ALGEMENE INFORMATIE JUDOWEDSTRIJDEN
Je vindt hier een eenvoudige uitleg van de spelregels die worden toegepast. Zo wil Judo Bond Nederland (JBN) dat er meer inzicht en begrip ontstaat over de judoregels.
Deze uitleg is bestemd voor alle geïnteresseerden en betrokkenen die te maken hebben met het wedstrijdjudo.
Deze uitleg is gebaseerd op het IJF/JBN reglement, waarbij is geprobeerd deze uitleg zo kort mogelijk en leesbaar te houden. Deze uitleg bevat dus niet de volledige regelgeving.


WEDSTRIJDRUIMTE
Wedstrijden worden gehouden op een judomat, ook wel Tatami genoemd. De tatami bestaat uit twee gekleurde delen, een wedstrijdgedeelte (geel) en een veiligheidsstrook (blauw). Het wedstrijdgedeelte heet ook wel de gevechtsruimte. De veiligheidsstrook is er voor de veiligheid van de judoka als die buiten de gevechtsruimte wordt geworpen.
SCHEIDSRECHTERS
Een wedstrijd wordt geleid door één scheidsrechter (leeftijdscategorie t/m -12 jaar) of door drie scheidsrechters (leeftijdscategorie -15 jaar en ouder).
Bij drie scheidsrechters staat er één scheidsrechter in het midden van de gevechtsruimte en heet de hoofdscheidsrechter. De twee andere scheidsrechters zitten op een stoel op de hoek van de gevechtsruimte of langs de tafeljury en heten hoekscheidsrechter. De drie scheidsrechters beslissen op basis van gelijkwaardigheid (‘meerderheid van drie’). Dit betekent dat als twee van de drie scheidsrechters een andere mening hebben de derde de beslissing van de andere twee scheidsrechters overneemt.
Bij de leeftijdscategorie t/m -12 jaar wordt de wedstrijd door één scheidsrechter geleid. Dan staat de hoofdscheidsrechter alleen op de mat zonder hoekscheidsrechters en beslist dus alleen.
De scheidsrechters worden geholpen door een tijdwaarnemer en scorebordbediener. Zij zetten de scores op het scorebord en houden de wedstrijdtijd bij.

JUDOPAK
De deelnemers aan een judowedstrijd dragen een judopak. Dit pak heet ‘judogi’. Een judogi bestaat uit een jas en een broek. Over de jas wordt op heuphoogte een band (graduatieband) gedragen. De kleur van de band geeft de graduatie aan van de judoka.
Vrouwelijke deelnemers moeten onder de ‘judogi’ een wit T-shirt met korte mouwen dragen.
Bij de meeste wedstrijden dragen beide judoka's een witte judogi. De judoka die als eerste opgeroepen wordt knoopt een witte band bij zijn graduatieband en staat altijd aan de rechterzijde van de scheidsrechter. Degene die als tweede wordt opgeroepen knoopt een rode band bij zijn graduatieband en gaat aan de linkerzijde van de scheidsrechter staan.
Op sommige grote toernooien of kampioenschappen wordt een witte en blauwe judogi verplicht gesteld. Wordt je als eerste opgeroepen, dan draag je een witte judogi, degene die als tweede opgeroepen wordt draagt een blauwe judogi. De witte en rode banden vervallen dan.


Er zijn twee belangrijke eisen aan de judogi:
- De judogi moet schoon en fris zijn.
- Het moet voldoen aan de afmetingen die op de tekening staan.
- Het mag niet kapot zijn (geen gaten en/of scheuren).
- Moet wit of blauw zijn. (twee kleuren mag niet).
Als de afmetingen van de judogi niet juist zijn, mag de deelnemer niet meedoen.
HAAR
De judoka is zelf verantwoordelijk dat het haar goed is opgebonden en blijft zitten tijdens de wedstrijd.
Het haar moet zodanig opgebonden zijn, dat het daardoor geen storende factor kan zijn voor beide judoka's. Denk bijvoorbeeld aan het grondgevecht, waarbij het haar los hangt in het gezicht. Ook mag het haar niet in de nek hangen.

WEDSTRIJD
Hoe begint en eindigt een wedstrijd?
De judoka’s groeten voor de mat, komen de mat op als de scheidsrechter dat zegt en lopen dan naar hun plaats binnen de gevechtsruimte.
De judoka met het witte pak (of witte band) staat rechts van de scheidsrechter. De judoka met het blauwe pak (of rode band) staat links van de scheidsrechter. De judoka’s groeten elkaar met een buiging. De leeftijdscategoriën -6, -8 en -10 jaar pakken elkaar vast en staan hierbij recht tegenover elkaar.
Een judogevecht begint altijd in staande positie, dat heet ‘tachi-waza’. Tijdens het gevecht kan men overgaan naar een grondgevecht, dat heet ‘ne-waza’.
De scheidsrechter start de wedstrijd door ‘hajime’ te roepen. Als het gevecht onderbroken moet worden, roept de scheidsrechter ‘mate’. Om de wedstrijd te beëindigen roept de scheidsrechter ‘sore-made’.

Welke handelingen zijn niet toegestaan bij de jeugd?
Leefdtijdscategorie -6, -8, -10 en -12 jaar
(kinderen van 4 tot 11 jaar)
Niet toegestaan zijn:
- worpen op 1 of 2 knieën,
- verwurgingen,
- armklemmen,
- offerworpen (sutemi's),
- te ver om de nek pakken.
Leefdtijdscategorie -15 jaar
(kinderen van 12 tot 14 jaar)
Niet toegestaan zijn:
- armklemmen
Leefdtijdscategorie -18 jaar en ouder
(Vanaf 15 jaar)
Niet toegestaan zijn:
- Alle technieken en handelingen die tegen de geest van de judosport zijn.

SCORES
In een judowedstrijd probeert de ene judoka de andere judoka op de rug te werpen. De scheidsrechter beoordeelt de landing van de worp en kan daarbij twee scores toekennen.
1. Ippon: De hoogste score.
Als de tegenstander met voldoende snelheid direct op de rug
wordt geworpen of over de volledige rug rolt. Of als de
tegenstander 20 seconden in de houdgreep gehouden wordt.
2. Waza-ari: De middelste score.
Deze wordt gegeven als de worp niet helemaal goed uitgevoerd
is en de tegenstander niet volledig op de rug geworpen wordt.
Maar bijvoorbeeld op de zij en dan doorrolt naar de rug. Of als
de tegenstander 10 seconden in de houdgreep gehouden
wordt.
3. Yuko: De laagste score.
Deze wordt gegeven als de tegenstander bijv. op de zij of op de
billen geworpen wordt. Of als de tegenstander 5 seconden in
de houdgreep gehouden wordt.
Als een judoka vanuit staande positie zijn tegenstander rechtstreeks op de rug werpt en de scheidsrechter roept ‘Ippon’, dan heeft deze judoka gewonnen. Hierna roept de scheidsrechter ‘Sore-made’ zodat de wedstrijd is afgelopen.
Worden de scores ook opgeteld?
Alleen de score Waza-ari wordt opgeteld tot 2 Waza-ari’s. Dus als een judoka in dezelfde wedstrijd een tweede Waza-ari scoort, roept de scheidsrechter ‘waza-ari awasete Ippon’ en heeft deze judoka gewonnen.
De Yuko wordt niet opgeteld. Éen waza-ari is ook altijd meer dan bijv. 3 Yuko's. De Yuko kan beslissend zijn als er verder geen scores zijn behaald.


GRONDTECHNIEKEN
In een judogevecht kun je ook scoren in een grondgevecht (ne-waza).
De technieken in een grondgevecht waarmee gescoord kan worden, kan je verdelen in 3 groepen:
- Houdgrepen (oseakomi-waza)
- Verwurgingen (shime-waza)
- Armklemmen (kansetsu-waza)
Osaekomi-waza (houdgreep)
Een osaekomi-waza is de Japanse naam voor houdgreep technieken. Een houdgreep is een techniek waarbij de judoka zijn tegenstander die op zijn rug ligt zodanig vasthoudt, dat de tegenstander zich niet meer uit deze greep kan bevrijden.
Zodra de judoka zijn tegenstander in een houdgreep vast heeft, roept de scheidsrechter: ‘osaekomi’. De judoka die in de houdgreep ligt, wil dat niet en probeert zich hieruit te vechten. Als deze judoka eerder dan 20 seconden loskomt of met zijn benen een been inklemt van zijn tegenstander, is de houdgreep verbroken. Op het moment dat de houdgreep wordt verbroken, roept de scheidsrechter ‘toketa’. Hij geeft dan alsnog een waardering voor de tijd die de houdgreep heeft geduurd.
- Als de houdgreep vóór 5 seconden wordt verbroken geeft de scheidsrechter geen score.
- Als de houdgreep wordt verbroken van 5 t/m 10 seconden is dat Yuko.
- Als de houdgreep wordt verbroken van 10 t/m 19 seconden is dat Waza-ari.
- Bij 20 seconden roept de scheidsrechter Ippon en de wedstrijd
eindigt.

Osaekomi-waza (houdgreep)


Shime-waza (verwurging)


Shime-waza (verwurging)
Een verwurging is een techniek die op de hals van de tegenstander wordt aangezet, waardoor de tegenstander in ademnood raakt. Als de tegenspeler hierdoor moet aftikken of het bewustzijn verliest omdat er niet op tijd is afgetikt, roept de scheidsrechter ‘Ippon’. De judoka die aftikt heeft verloren. Een verwurging mag alleen in een grondgevecht toegepast worden. Dus niet als de judoka’s nog staan.
Deze techniek is pas toegestaan vanaf de leeftijdscategorie -15 jaar. Voor deze
categorie (-15 jaar) is er wel een extra regel: Bij het verliezen van het bewustzijn door middel van een shime-waza techniek wordt de judoka die buiten bewustzijn raakt uitgesloten van het toernooi.
Kansetsu-waza (armklem)
Een armklem is een controletechniek waarbij de arm van de tegenstander wordt overstrekt of overbogen. Als de tegenstander dan aftikt voor deze armklemtechniek roept de scheidsrechter ‘Ippon’ en heeft deze judoka de wedstrijd verloren.
Een armklem mag alleen worden toegepast op een ellebooggewricht en evenals de verwurgingen alleen in een grondgevecht.
Deze techniek is pas toegestaan vanaf de leeftijdscategorie -18 jaar.
Kansetsu-waza (armklem)


OVERTREDINGEN
In een judowedstrijd kunnen twee soorten straffen voorkomen:
1. ‘Shido’ voor lichte overtredingen.
2. ‘Hansoku-make’ voor zware overtredingen.
Een judoka die wordt bestraft met ‘hansoku-make’ heeft de wedstrijd verloren. Zijn tegenstander is dan automatisch winnaar. De lichte overtredingen (shido’s) worden bij elkaar opgeteld. De 3e ‘shido’ wordt automatisch ‘hansoku-make’, waarbij dus ook de wedstrijd voorbij is.
Shido
Er zijn vele overtredingen die de scheidsrechter met ‘shido’ kan bestraffen.
De overtredingen die het meest voorkomen:
- De judoka pakt zijn tegenstander niet op de juiste wijze vast (kumi-kata). De judoka moet zijn tegenstander met twee handen vastpakken. Met één hand los judoën mag maar van zeer korte duur zijn en mag alleen voorkomen in het gevecht om de judopakking.
- De judoka is niet actief en wacht te lang met een aanval te maken.
- De judoka pakt zijn tegenstander vast met een éénzijdige pakking zonder een aanval te maken of een aanval voor te bereiden. Een éénzijdige pakking is de kimono van de tegenstander aan één kant vastpakken. Dus of met één of beide handen alleen aan de linkerkant of met één of beide handen alleen aan de rechterkant.
- Zonder noodzaak de gevechtsruimte uit lopen.


Hansoku-make
Meerdere situaties kunnen met ‘Hansoku-make’ bestraft worden.
De overtredingen die het meest voorkomen:
- De judoka loopt/vlucht weg, zodat de tegenstander niet kan vastpakken.
- De derde ‘Shido’ die wordt gegeven is altijd een ‘Hansoku-make’.
- De judoka voert een techniek uit die gevaarlijk kan zijn voor hemzelf (bijv. bruglanding) of voor de tegenstander (bijv. een werptechniek met armklem).
Als een judoka wordt bestraft met een “directe” Hansoku-make, dan is deze wedstrijd beëindigd en wint de andere judoka met een Ippon. Een ‘directe Hansoku-make’ is de straf die in één maal als Hansoku-make wordt gegeven.
Een ‘indirecte Hansoku-make’ is de straf die is opgebouwd uit meerdere straffen zoals drie Shido’s.
GOLDEN SCORE
Als een wedstrijd eindigt met een gelijke stand, wordt de wedstrijd verlengd (behalve bij een jeugdwedstrijd onder 10 jaar). De scores of straffen die al op het scorebord zijn geplaatst, blijven staan.
De scheidsrechter roept zo snel mogelijk weer “Hajime” om de wedstrijd te hervatten met een verlenging, die de golden score wordt genoemd. De golden score gaat net zo lang door tot één van de judoka’s een score maakt of een derde straf (is Hansoku-make) krijgt.
Bij een score is de wedstrijd altijd voorbij en wint de judoka die heeft
gescoord.
-15 jaar en ouder is er een Golden score. Degene die als eerste scored heeft gewonnen.
-12 jaar is er een Golden score van 1 minuut. Degene die een score maakt heeft gewonnen. Wordt er geen score gemaakt, wint degene die het meest heeft aangevallen tijdens de Golden score.
Jeugdwedstrijden:
-6, -8 en -10 jaar is er geen golden score. Aan het einde van een wedstrijd met
gelijke stand, wordt de wedstrijd door de scheidsrechter beslist.

Digitale scorebord
HET SCOREBORD
De straffen en scores zie je op het (digitale) scorebord.
Het model van het scorebord kan variëren, maar het principe is hetzelfde.
De ene helft van het scorebord is blauw. Op deze helft komen de waarderingen en straffen van de deelnemer met de rode band (of blauwe pak). De andere helft van het scorebord is wit en op deze helft komen de waarderingen en straffen van de deelnemer met de witte band (of witte pak).


Handmatig scorebord
TEKENS VAN DE SCHIEDSRECHTERS
Hieronder de belangrijkste tekens van de scheidsrechter.





